20070924

ELlegorie (de ontwikkeling van het achterwerk)



//@init








Ziehier de EL.

De EL is de voornaamste letter van het ELfabet,
zoals de a of de aleph de numero uno van het alfabet is.


Klik op 'meer informatie over het ELFABET'
voor meer informatie over het ELFABET.


Om de EL af te beelden dan wel de letter EL
ELfabetisch te gebruiken, bezigen we
daarom niet een bekendere Romeinse vorm,
zoals we voor de overige letters van het ELfabet doen,
maar een cyrillische EL, zoals in het Russisch.


Het gebruik van deze cyrillische vorm verwijst ook naar het werk van
Velemir Chlebnikov, een Russisch Modernistisch dichter die
nogal veel belang hechtte aan de medeklinkers van zijn taal.

In de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende
( de link ligt hier ergens, daarnet had ik 'm nog)
is het ELfabet een belangrijk ordeningsprincipe.

Zo. Nu kunnen we het hebben
over de beeldspraak van de EL.

De beeldspraak van de EL, en bij uitbreiding van het ELfabet,
is in feite een allegorie. Het is een beeldspraak die zich aandient als
allegorie.


Voor meer informatie over allegorie
leest u 'Meer informatie over allegorie.'
hieronder.
Meer informatie over allegorie.

Allegorie van de muziek door Fillipino Lippi

De allegorie verwijst uiteindelijk op foutieve wijze naar zichzelf,
zoals het schrijven van de code op zichzelf slaat.
Wat is dat allemaal voor gebrabbel? Wel, U dient daarbij
bv al te bedenken dat een allegorie ook in iets anders
dan in taal kan worden uitgedrukt.

In beelden, maar ook in algoritmen bv, een verzameling
strikte regels die bepaalde handelingen beschrijven
die vereist zijn om een bepaald doel te bereiken.
Algoritmen zijn dus instructieregels.
Een algoritmische allegorie, wat zou dat dan zijn?
Een allegorie die zich in algoritmen afspeelt, zoals de
Allegorie van de Muziek van Fillipino Lippi zich in picturale elementen
van het gelijknamige schilderij afspeelt, heeft verassend veel weg van een
literaire allegorie.
Het is een programma dat loopt op een bepaalde manier, haar instructieregels afloopt,
maar eigenlijk als lopend op een andere manier dient te worden begrepen, ofwel met een ander doel voor ogen, ofwel verwijzen sommige instructieregels naar een ander doel en zouden ze bijgevolg anders verlopen maar toch ook op een soortgelijke manier.
Hmm. Dat is een beschrijving vanuit de binnenkant, de werking ervan.

Van buitenaf:
elke stap in de beschrijving van het handelingsverloop ( de code met de algoritmen)
werkt zoals ze zich aandient, maar de toeschouwer die in het ontcijferen van
programmatorische allegorieën getraind is, begrijpt het handelingsverloop als
verwijzend naar een ander handelingsverloop dat zich zou afspelen mocht er aan
vooraf bepaalde initiatie parameters zijn voldaan.
In vaktaal:
in programmeursjargon spreken we simpelweg van een mock-up:
een werkend programma dat een voorafschaduwing is van een gepland programma.
Zij die vertrouwd zijn met literaire allegoriën zullen de natuurlijke verwantschap van de
programmatorische allegorie met de literaire onmiddelijk onderkennen
Algoritmen meestal worden gevat in code, programmeertaal, en die code
(minimaal: een stelsel van samenhangende tekens) verschilt immers uiteindelijk
niet zo heel veel van gewoon taalgebruik.
De Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende is een webapplicatie
die eigenlijk zo'n mock-up is. Ze speelt maar wat met het Kathedraal zijn.
Iemand die een beetje vertrouwd is met mijn werk ,
weet echter ook dat men ook in diverse betekenissen kan 'Spelen dat het donker wordt'.
.
Dit was al te duidelijk, bij het simpele en eenduidige af.
Vanaf nu gaan we het weer wat vager en/of grappiger
houden, straks vindt u het niet interessant meer.

Uiteindelijk verwijst elk schrijven, literair of niet, ook naar zichzelf, de club
der Uiteindelijken wist dat al lang, maar nu worden de uiteinden zichtbaar
voor iedereen., net dankzij de alomtegenwoordigheid van algoritmische code.

De uiteinden lopen zoals te verwachten viel, vanzelf naar de ingangen.
Vaneigens. De eerste wet van de Naturerende Natuur is niet voor
niets: "Gij zult uw Tuitje hebben Opwaarts staan".

Neerwaartse tuitjes vreten zichzelf & schrokken staart
& schrikken maar strikken desondanks zichzelve ter dood.
Het is louter een kwestie van tijd, hoewel het gegenereerde
quotum Nijd ondertussen behoorlijk kan beginnen stinken.

[Noem twee voorbeelden van Neerwaardse Tuitjes].

Het ELfabet is één der bouwstenen van de erotische Ellende,
haar Kathedraal is nog vrij Nieuw. Zie Link.
Waar is ook weer die Link.
O hemel toch.

De roman in de roman is in de net-roman het schrijven
zelf geworden, zoals het plaatsvindt.
Het schrijven was altijd al een performante act, de uiting
van een aansporing, of een klacht of wat dan ook.
Het schrijven is sowieso een talige handeling.

De talige handeling van het schrijven is meer en meer
een autonome activiteit aan het worden.
De allegorie wordt stilaan bewaarheid, het schrijven
schrijft effectief zichzelf.

Wij, de Lichamen wij zijn de batterijen voor het mogelijk
maken van het autonome schrijven. Het individu heeft
louter een verklikkerfunctie.
Het ikje knippert als het honger heeft.
Nee, pipo, Sex is een protocol voor energietransport, vraag & aanbod
beheersen en controleren het inpluggedrag van de gleuf- en stekeldiertjes.

[Untsoweiter].

De roman in de roman was een voorafschaduwing van de net-roman,
het tekstuele procedé is nog steeds een valabele maar enigszins
gedateeerde strategie, die van de illusoire allegorie, die berustte
op het bereidwillig verzaken aan het ongeloof van de lezer.
De lezer die zich liet meevoeren. De lezer die zich laat meevoeren.
De lezer zonder aarde, verzonken in haar wereld.

[De roman is niet dood voor mensen die de romans lezen, net
zo min als g*d dood is voor mensen die goden nodig hebben.]
[ Het kost meer energie om informatie (of lopende code) te
verwijderen, dan om nieuwe aan te maken die de oude
recupereert, onschadelijk maakt in haar kwaadruikende vorm:
encapsulatie heet dat, ook voor professionelen, maar dat zijn dan
de grotere bidons. Vermeld uw kortingscode bij uw bestelling]

***

In de EL herkennen we haar secundaire instantiatie, de kleine l.
  • De kleine l is een lus, een strik rond het niets.
  • Verlangen rukt haar beide uiteinden naar differente kanten.
  • Het verlangen spreekt.
  • Het sprekende verlangen is de verklanking van het ELfabet,
  • is het spreken van de ellende, het strikken van het Niets.

Het Nietsstrikken is kort, hevig en eenvoudig of lang, berustend en complex.
Het Nietsstrikken is inherent aan de Wil tot de Code.

De Wil tot de Code is helemaal niet verheven boven goed of kwaad,
de Wil tot de Code is een goede zaak.

De Wil zorgt voor beweging
waar er anders slechts stilstand zou zijn.

Hoera voor de Wil.
Hoera.
Hoera.






>.<




20070923

Schildpaddensoep



De naam verbindt het ELfabet met de erotische Ellende.
De verbintenis is accidenteel. De verbintenis vraagt niets.
De verbintenis nodigt niet, ze is niet, je leest ze , begrijpt haar
& dus maak je ze. Je kan haar ook lezen & niet-begrijpen.
Je kan haar ook niet lezen maar dan ben jij er niet.

De verbintenis is, hoe kan het anders, die met de vergetelheid.

Ontkenning van de transcendentie: de naamgevingsprocedure
is geen valabele escape-routine. De immanentie is onontkoombaar,
maar de onontkoombaarheid van de immanentie is enkel problematisch
voor het niet-hier-willen-zijn van het zijn zoals het is, dus niet issend, maar
zoals we het niet kunnen denken, het reële-onder-ontkenning, het
Ware Zijn Als Het Ware, de voortdurende verknechting van het worden
aan de stasis, het onaanvaardbare van de vergankelijkheid.

De Meester duwt zich in de bloebber van het Monster om zich Meester te wanen.
Maar het hoeft niet te zweren! Het worden staat los van de bezwering. Wat zich
tot stilstand wil roepen is de angst voor het worden, het niet kunnen
niet-willen-betekenen, het onaflatende ikken van het ik.

Het ik is maar een vlaag van het worden in het worden, een bijproduct
van leven, zien, spreken.
Het bijproduct wil noemen, zeggen, zwijgen. Onder het oppervlak
drijft het wellicht het leven zelf aan.
De individuatie als het clinamen in het Gebeuren.

De determinatie is enkel noodlottig in het oogmerk van de termijn.
Termijnen zijn ontginningsprocedures, exploitatievergunningen.
Metingen in dienst van de dood. Metingen willen dat de ikjes
zich door de tekstgleuven murwen.

Wat gevat wordt is altijd per definitie stilstand.
Daar valt uiteindelijk niks over te zeggen.
Het gaat er echter niet om dat we over de dingen
waar we het over willen hebben niks kunnen zeggen,
het gaat erom dat het er niet over moet gaan, maar dát
het gaat, zoals het gaat, zover het gaat.

In de mate van het mogelijke, de potentialiteit.

Het zijn is niets als het niet hier is.
Hier is nergens.
Het zijn is niets.

In de immanentie is het worden geen in,
of tijdens het worden is de immanentie geen in,

tenzij je het in als deixis ( je wil erover praten)
als een dubbel configureert (een in in een in dat niet was:
de nulexplosie van de mathesis). Het uit

is derhalve enkel de procedure, want de procedure
'is' enkel vóór de procedure een procedure die het uit
oplevert. Ze loopt of ze loopt niet. Als ze loopt, produceert
ze 'uit'. Loopt ze niet dan is het louter hybris, klettercode

in de afvalbak.

20070915

De aanval in, het voorwoord uit, de naam misschien

"Het er toe doende heeft gedaan wat het moest doen, je hoeft daar niet op te zitten kankeren."

Nee. Geen warmte in die stem. Ze is op.
Net als ik. & net als ik moet ze verder:
"De deur van de vochtige kamer was behangen met een collage van vrouwenportretten, je liet er geen twijfel over bestaan waar het je om te doen was.
Neem plaats, we hebben de tijd. Al.

Er waren woorden die het waarom afschermden van openbaring, we zouden het altijd geweten hebben, het weten vermijden was het antwoord. Niets kon, dus alles moest. Bovendien had ík besloten dat het moest, vandaag. Ik was tenslotte zelf naar hier gekomen.

Je weet waarom. In mij zit het niet, jij bent, was al die tijd al de drager, je sleept het achter je aan, er wordt weemoedig gekronkeld in de lauw gelaten bedden achter je, de eeuwigheid haalt opgelucht adem als je voorbij wavet. Je staat te kort bij het object van elk verlangen.

De meeslependheid van de niets-ontziende scheppingsadem. Het horten dat je wekt, het weke dat eindeloos weker wordt, de trilling die inzet tot er geen trilling meer is, alles de trilling geworden is. Het sonore dat we hadden, de weemoed die we worden (como io son medesimo che fui, sono e sarò).

De verdoemde onvermijdelijkheid van het al waar we keer op keer instuiken, instuikten, zullen instuiken."

Plotseling (de muziek hield op, de kinderen vielen stil, af: beslis jij maar) houdt het kloppen in mijn hoofd ook op. Het suizen is er nog, de vokalen waartussen het Europese vasteland hangen te betekenen sudderen hun kleuren naar behoren, er gutsen strepen tegen het behang die met de grootste symbolisten kunnen wedijveren, het systeem Systeem draait, ok, maar de aandrang van het negatieve is eruit vedwenen.

Blanchot wil het bij wijle ook wel zonnig doen, met vreugde de puntjes op de i van het indringende Niet plakken.

Slierten verderf dan weer, zover de hand reiken kan. Hand die de duizenden handen wegduwt die het slierten van miljarden handen aanreiken.

20070125

rond een put zwammen ut ut ut (praelogomena tot het neo-vorticisme)

Het is wat het is.
& dan begint het soortelijk te wegen.

Home species est, ut Aristoteles ait & vervolgens begint dat oeverloos te zaniken over het animale dat zich niet beperkt tot het beest maar zich ook ophoudt in planten bv of in de mens natuurlijk, maar dat er toch ook iets is dat dat animale geheel mist, zoals steen (Sed quaedam anima carent, ut saxa) , maar je ziet het geef die Seneca een stam bv anim en hij animeert, animaliseert, maniakaal en minimaal divergerend om zolang mogelijk toe te komen want hij moet die sakkerse rollen volgekliederd krijgen.
Wat is daarbij een voorname verlevendigingstechniek? Het stellen van vragen in het zich ontrollende luchtledige natuurlijk, ik fingeer het hier even. Wat is dus het principe vanwaar deze laatste groepen zich laten afleiden? Datgene wat wij daarnet tamelijk ongepast 'wat is' genoemd hebben. Dat wat is valt dus uiteen in het lichamelijke en het niet-lichamelijke, waarbij het niet-lichamelijke aan het lichamelijke pre-existeert (genus primum et antiquissimum).

Untsoweiter, untsoweiter.
Het past een meester zedepreker om tonnen van dergelijk vertragingseffecten genererend tekstmateriaal te hebben geproduceerd. Google moet er wellicht een heel fabriek voor bijzetten nu om dat ongedaan te maken, om die klare en duidelijk opgesomde rommel uit de weg te schrijven, weg te filteren uit de search results van hele rijen woordenboeken waarop zijn nihil tertium als banvloek rust.

Het onmiddelijk analogisch denken is wat deze vloek voornamelijk bewerkstelligd, enkele eeuwen lang want terug in de tijd wordt het effect van de schoonschrijverij exponentieel groter (we weten allemaal wat daarvan de conclusio is betreffende ons eigen gewauwel). Eeen quasi eindeloos ge-utter, waarbij dat elke specifiteit volkomen teloor gaat in een dwangmatige examplificatie, Homeros is niet Homeros maar de dichter-bij-uitstek Homeros. Alles verklast, want als het geen klasse is, mag het niet de rol op, of, effen later, in het copieerboekje komen.

Aan die neiging tot lezen in de zin van uitlezen, uitkiezen (elegere) , samenbundelen, verzamelen tot een 'zin' waarbij de 'zin' dan eigenlijk een nietszeggende abstractie is die genoodzaakt wordt door het in gang gezette ut-monster, het kapitale tellen naar analogie, het bouwen uitsluitend op het soortgelijke en het uitsluiten, verdrukken van het monsterlijke, dat wat zich als leven aanbiedt, het unieke, het individuele, dat alles dat pas in de verfoeilijke kankerbuil van de Romantiek zal uitbarsten, zodanig dat er zich een realiteit in de realiteit kan vormen, een geletterd leven dat zich wil bestendigen en stilletjes de materie begint op te zoeken totdat het nu, uiteindelijk er begint toe te doen, to matter zoals de taal het materiële wicht het zo treffend stelt.

Wat was er eerst, Anke of het het Veld? Dwazen stellen dwaze vragen, maar er is er nog een ergere soort, eentje dat denkt ons van antwoorden te moeten voorzien. Laten wij ons nu gezamelijk in de put van het denken storten, de linkervuisten gebald tegen het voorhoofd en mompelen denk denk denk totdat de muziek op de achtergrond van toon veranderd.

Als we de tolerantiedrempel hebben overschreden is het hoedanook te laat.

En dan? Zeggen we: dewereldmetdekomendeextremeomstandighedenwaarwenualoplossingen moeten voor verzinnen, of hebben we nog een rollback naar bv de wereldmetdewellichtkomende, zoja hoeveel extra processoruren kost ons dat en welke lageloonlanden kunnen we dan eerst opgeven?

of: zwijgen we nu al, het maakt niet uit, we kunnen er toch niks aan verhelpen, we moeten matig zijn, positief blijven, er het beste van bakken? Voor het paard van dr Posif is dit een erstige zaak, omdat om in leven te blijven een heleboel interne processen in stand gehouden moeten worden.

Men moet er vrede mee kunnen nemen dat het gedicht uiteindelijk af is, dat het uitgewerkt is, dat het in al zijn verkreukelend wegzinderen eigenlijk al voedsel is voor het volgende. Wij, de doodgeborenen, de wakkere poëten, de tekstvoortgedrevenen, de woordspoken, de belettervehikelden wij weten maar al te goed wat het betekent om van lijk naar lijk te jumpen, om het dode oppervlak in te schieten, wat stof en asse te laten opdwarrelen en weer verder te ketsen, eindeloos, eindeloos. Wij brengen dagelijks onze hoogst persoonlijke code in het corpus genaamd La Parole in, een beetje zachte druk aan de rand van het tekstveld, een paar gerichtte tikken op het klavier en onze nieuwe bijdragen schuiven er weer moeiteloos in, we hebben al lang geleerd om niet te veel te morsen, wij zijn de zindelijk zeveraars, we kunnen het wel, het lichaam deint, het lichaam vraagt het lichaam weerstaat ons effen om de druk op te voeren het lichaam is ons wij worden het lichaam en de labels voor deze post zijn immer en altijd dezelfde, de sleutel fall, het keyword vacation, het trefwoord scooter De havenbruinvis, die ongeveer één meter lang is, een vetlaag hefft van ongeveer drie centimeter en een oppervlak van tweederde vierkante meter, heeft een warmtehuishouding die tegenwoordig aardig bekend is en waarmee hij zich in de arctische wateren prima thuis voelt. Het is niet de Size die Matters, natuurlijk, maar de Growth. De bloeiwijze zelf is zijn laatste uitloper; wanneer die zijn taak vervuld heeft, sterft de plant. Zijn dood is een normaal aspect van zijn levenswijze.

Een betere vraag is al wat er precies aan het sterven is.

20060920

Ventiel met wormwiel, ademloos

De melodie van het vingertje
- het wijsje staat, & hier staande
is het wijsje, zie je, het spontaan

gezongene voorbij -

die blijft hangen, bleef

In de beroerde lucht,
voor de klank te beroerd
dan toch bejubeld

in het park waar men
eertijds mensen bejubelde
de worm van het beleefde

het vormenwiel draait
het vormenwiel draait
het vormenwiel draait
het vormenwiel draait
het vormenwiel draait
het vormenwiel draait


aldus
op de aanmaak van karteltjes
aan de randen ingesteld,

& blijft de stand mens-materie
een louter muzikale achterstand

bij het al dat binnen
de mogelijkheden ligt, een gebrek
bij de waarheid & van alle tijden

het cijfer, dat namelijk
van het maximale toerental.

Zo is de gehele fluittonenkunst
bepaald door het al
dan niet opduiken van

het vormenwiel draait niet


in het beleefde wormgat, buitentijds
bekeken, een visie die men
in het Engels zo treffend aanduidt
met het woordje beyond,

vaak gebruikt in losse samenhang met
fully automated, flexible en
solution (cf. ter vergelijking bv.

het als stroever ervaren
Duitse jenseits der Zeit,
om van het houterige Frans

in au delà du temps
maar te zwijgen). Vrienden

lichtpleisterplekbekleedsels,
u begrijpt het al, het beest in de weide (van de vlammen gescheiden) kan zich hier geen fluit van aantrekken: zo veilig, zo tam gaat geen mens de wereld binnen, & hoewel ik her en der in het struikgewas nog flarden opvang van het sprekende wormhout waarmede ooit menige huig de vlag der bronst uithing, het schuwe woord, het klare ontbreekt ten ene male aan uw aller logge betoog, dat overigens geurt naar het op z'n eenzaats besmeurde beddegoed & vrij van verlichting door eenvoud. Wellicht kent gijlieden geen vrouw meer, of is de koorts u allen onbekend waarmee de wonde zich koud hield, of is de zwarte maagd u allen ingedaald en klemt zij u neder in heur ijzeren greep bij haar sacramenten, het vouwbeen, de Siciliaanse pest of de vespers vol sierkool en boereknol waarmede u het gepeupel in heur seutige trance pleegt te houden ten einde hen uw letterbaksel te slijten, waarin u op verheerlijkende wijze hetzelfde geseutel met meer zoets dan zinnigs bekeutelt, zodat 1 en ander niet vóór de u immer sneller ontvallende pubertijd uitgekalkt raakt & er bij volgende slambeurten nog wat smuiigs & gevoelsmatig met den medemens verbonden uit te scheuren & op het door der sponsoren bier opglimmende podium te smeuren valt, untsoweiter untsoweiter

20060819

Het samenvallen, de co-index, het lint, het membraan, op het draagvlak van de vergankelijkheid het langste eind.

Trekken, rekken, aflijnen, catalogeren, afromen, verwerken.


 





Een geluk nog, dat je niets te vertellen hebt. Je kan de woorden (jezelf, het samenvallen, de ....) bij de hals nemen, de klankkast strelen, een snaartje laten plokken, je  achteloos van het vragende aangezicht voor je afwenden, een diepe blik betekenisvol naar bedachtzame verten richten, het land van ooitnooit induiken, waar de hoogste melodieën bij de laagste bromtollen  kronkelen en onheilstijdingen bij heilsboodschappen  de ene eeuwigheid in, de andere uit soezelen en der beider profetens zangbeurten de klanken meesterlijk mengelen, de stijl van de berustend vervloekte hanterend als een objet trouvé, gefundennes fressen voor je van kunst en kennis klotsende maag, je hoeft maar te boeren of er kwakt een pulkje schittering je mondhoeken langs, je moet je taal maar bij de hals te nemen, het velletje betekenis dat zich vormt op de afkoelende pruttelpot is de totale pruttelpot, je lezer ziet enkel het lichaam taal, ze leest enkel hoe je ze streelt, hoe je ze aan je getuitte lippen legt, je hoeft niet eens te slikken, laat het lopen, laat het maar lopen, de ene rivier in, dezelfde rivier uit, de universele pracht van het unieke paard galopperend in de unieke kudde in het unieke universum dat zijn veelheid nooit te boven komt, want wat  je zegt is wat je ziet zoals je ziet is wat je zegt, maar je zegt het niet, je kijkt enkel de verte in, bedachtzaam, met die ene betekenisvolle blik, net voor je de gitaar weer in de hoek zet, het meisje aankijkt, je je haar naam herinnert en dus vergeten bent waarom je de gitaar aanraakte als was het dát wat je zeggen wou, je bent er weer helemaal, in de scene, in de kamer, in de met piepschuimen bolletjes gevulde jutte zitzak, hèt attribuut van elke meisjesstudentenkamer in die tijd, samen met de op cirkels van ijzerdraad gespannen doorschijnende lampion die rond de bulbjes geschoven werd teneinde diezelfde studentenkamer van het nodige diffuus licht te voorzien waarbij er gezellig en verwachtingsvol kon worden samengezeten, de glazen halfvol gevuld met de toch niet zo drinkbare goedkope wijn van bij het bakkerswinkeltje dat naast brood ook wat studentikoos aanbood, haverkoeken, blikjes bolognese saus, kwartjes jenever, tampons en, sinds kort, mits de nodige discretie ook wel condooms. Nachtwinkels had je toen niet, je kon nog heel de nacht door in tientallen cafés terecht voor het echte leven, in eender welke kleur of geur, je kon het zo gek niet bedenken, je eigen gekte incluis, of de stad had ergens wel een plekje voor je, naar behoren verlicht of verduisterd, 24 uur op 24.


In dezelfde straat van het huis waar je die zomer je ouders voor je uitjagende richting gretige kotbaas, resoluut voor de zolderkamer had gekozen, diverse vormen van realiteit (het zal er te heet zijn in juni, het tocht er, de muizen houden er huis achter de spaanderplaten, je stoot je hoofd aan de balken, het stinkt er naar rot) van de hand wijzende ten voordele van dat ene woord ´zolderkamer´, in datzelfde steegje richting universiteitsbibliotheek had je ook nog een tweetal uitlopers van de stationsprostitutie, twee met rode neonlampen gedemarkeerde zones van het lage leven, bars waarvan de brievenbus werd volgezeken door elkaar opjuttende naar huis waggelende boerkens van ofwel de richtingen economie, rechten of een verdwaalde handelsingenieur, want wij van de zuiver humane wetenschappen, die in deze straten samenkoekten,  wij deden zoiets niet, wij waren immers het echte leven en de ware wereld deelgenoot en voelden voor eenieder daarin respect en erbarmen, zodat wij onze Cioranesk-nihilistisch  en bij gepast-alternatieve muziek verkregen dronkenschap van de nodige stijlvolle zwaai konden voorzien. Behalve die ene keer dan, toen iemand op het onzalige idee kwam een tequila-boem avond te houden, waarbij het herhaald nuttigen van een schijfje citroen, een scheut keukenzout dat je van de handpalm diende te likken en een halfvol glas tequila gemengd met tonic dat je eerst diende te bedekken met een bierkaartje en dan middels een forse klap op de tafel in volle schuim achterover diende te slaan, waarbij dergelijke handelingen  binnen de kortste keren de trap van de faculteitsbar in een glibberige zee van kots veranderde, zodat niemand noch bij machte was om die af te dalen dan wel te bestijgen. De rest van dat verhaal zal overigens voor eeuwig in een collectieve black-out verborgen blijven.


Zap. Klik. Switch. Herinnering uit, het heden in. Je geeft de huidige regen door, die van medio augustus 2006, hoe die op de tentzeilen blijft nederdalen, hoe die blijft de bedekking van elk terras opkletteren, de veel te hete zomer blijft wegspoelen, straks is het 1 en al zompigheid, seffens rotten alle vruchten al weg voor de herfst er is, dan waait het enkel koude wind over een kale vlakte, dan hoeft de winterse vrieskou niks meer te zuiveren, dan is het land zelf al ascetisch geworden, vol van onthouding, genadeloos zichzelve alle groei ontkennende, boete doend zoals wij bezig zijn te boeten voor onze zonden, voor het al te ongeduldige afpulken van elke beschermlaag op de schoonheid die wij niet hadden mogen zien, voor het onoorbare verkrijgen van een alle wellust vervullende weelde die ons geen ruimte meer gaf nog iets anders te verlangen, voor het heimelijk toejuichen van rampenverwekkende wandaden opdat wij eens te meer ons  zouden kunnen hullen in plaatsvervangende schaamte, zodat wij ons de schaarste zouden kunnen kopen die ons in staat zou stellen een hogere productie op gang te brengen om aan deze schaarste een gepast antwoord te bieden, zodat wij wederom konden schitteren door onze efficientie, door onze meesterlijke zelfbeheersing, wij die enkel meer van de onzen verwekken om onze prestaties in het alziend oog van de afwezigheid te emuleren, altijd sterker, immer hoger en vooral veel, veel sneller, alsjeblieft nog een beetje sneller. Wat wij daarbij de in hun laatste uren imperiale macht driest te keer gaande Amerikanen vooral verwijten is dat zij niet grondig genoeg te keer gaan, dat zij onvoldoende duidelijk de beest uithangen, dat zij het monster dat in onze beschaafd opgespannen voorhuid de ene kopstoot na de andere uitdeelt niet voldoende transparant veruitwendigen, slechts halfslachtig incorporeren, enkel op schermen vatbaar en aanwijsbaar maken en ons niet middels een met hoogtechnologisch preciesie aangelegd bommentapijt eens en voor altijd van al die lastige arabieren verlost, zodat wij ten minste op veilige wijze naar de gezuiverde vakantiekampen kunnen afreizen om aldaar luidkeels protesterend ons eigen plekje onder het eigen gat in de eigen ozonlaag te kunnen innemen.


 



Er wordt ons immers toebereid een gouden aureool, want wij zijn het waard.

20060622

15

"Zij is het ene, eindeloos en onbewogen.
Niets is het andere, maar alles is in haar, een buitenkant is er niet.
Verder raak je niet. Niet verder hier.

Verlaat dus het zijn, maar enkel letterlijk, het woord zijn en haar functies, niet uit walging voor het hier en het nu, maar juist uit respect ervoor.

Gebruik geen "is"
of
Erken het mogelijke als reëel bij de daad gevoegd,
dit wil zeggen
de eenvoud van de vorm der materie der vormen die materie maken die de vorm wordt voor het humane, het lichaam dat ik wou in de lijn der geschriften, de ziel waarvan ik afstand deed om vorm te geven aan de spieren die ik omklemde in mijn inktloze, uitvloeiende code."


Hij meent het. Hij debiteert Waarheid, niks anders. Zijn stem is een orgel. Zijn woorden slaan vanuit een intense concentratie de kamerlucht aan als de penseelstreken van een oosters calligraaf het roerloos witte blad. Zijn bloed ruist in sterke golven. In zijn aderen zwemmen ongelede monstrosa, zijn gitzwarte ogen schakelen, zijn mond braakt honing. Dit is klare taal.

Anna zit naast mij. Naast ons, voor ons zitten tientallen anderen. Wij luisteren. Dit is geen toekomst, het scherm is geen scherm maar een holografische projectie. Dit is geen verhaal, overal ter wereld wordt er geluisterd in groepen als deze. Ik kijk door de halsuitsnijding van haar beige t-shirt naar de fijne haartjes op Anna's schouders, in de stiltes tussen zijn woorden hoor ik haar vertrouwde adem, ik ken haar zoals ik haar kende, dit is nu.